Aan

2763_large__21_0208
Een maandagavond achter in augustus en nog erg warm. Je zat met je rug naar me toe op de houten steiger langs de vaart. Eén been opgetrokken, het ander bungelde nonchalant boven het water. Je droeg alleen een korte broek. Je T-shirt had je waarschijnlijk pas kort geleden uitgetrokken want langs je hals en je bovenarmen was de grens tussen lichte en zongebruinde huid scherp afgetekend. Iets verderop had ik een fiets zien staan.Vast de jouwe. Je was zo mooi. Twee volmaakte kuiltjes, vlak boven je broekband. Je rug nat, gebogen naar het water, je korte zwarte haar hevig in de war. Zou ik? Maar wat moest ik zeggen? Ik kon toch moeilijk aankomen met ‘Hoi. Zeg, ik zit hier al een uurtje naar je te kijken en ik vind je prachtig. En wie ben jij?’ Terwijl ik nog moed verzamelde, stond jij al op. Eindeloze benen, zachtglooiend van bil naar enkel en weer terug. Je draaide je om en liep naar je fiets. Onderweg viste je een T-shirt uit het hoge gras. Terwijl je dat aantrok leek je me recht aan te kijken. Ik was even bang dat je me zag, maar mijn schuilplaats was perfect. Lang nadat je uit beeld verdwenen was, ben ik uit mijn boom gekomen. Ik denk nog vaak aan je.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *